Contentmanagement Westerpark West

Aan de Haarlemmerweg (Amsterdam) vindt de komende jaren een grote transformatie plaats. De gebied dat jaren dienst heeft gedaan als kantorencomplex – Postgiro, Postbank en ING – zal veranderen in de nieuwe woonwijk Westerpark West.20151208_105817-1
UrbanBoost is gevraagd vanwege de kennis van de buurt en de ervaringen met community building mee te denken over hoe deze nieuwe wijk verbonden kan worden aan de bestaande woonwijk aan de andere zijde van de Haarlemmerweg – een weg die een barrière vormt tussen beide gebieden.
Het project bevindt zich nog in een vroeg stadium, waarbij het nu vooral van belang is om de omwonenden en geïnteresseerden te informeren over het project.

Dit doen we op drie manieren. Op de eerste plaats is er door de projectontwikkelaar aan de overzijde van het project ‘de woonkamer‘ ingericht in een oud winkelpand. Dit is een ontmoetingsplek voor de buurt, een informatiepunt voor geïnteresseerden en een ontvangstruimte voor de werkgroepen die zich bezig houden met de invulling van verschillende onderdelen van het project.20160205_181339
Uniek is dat de projectontwikkelaar reeds in het stadium – waarop de ING nog in de panden werkzaam is – UrbanBoost heeft gevraagd de contentmanagement te verzorgen voor een informatiekrant en website over de plannen voor het gebied.
Naast het verzorgen van copy heeft UrbanBoost ook een locale fotograaf en journalist ingehuurd – op de eerste plaats natuurlijk vanwege de kwaliteit, maar ook in verband met de kennis van de buurt. De content voor de website en krant – interviews met bewoners uit de buurt en betrokkenen bij het project – is volledig verzorgd door mensen uit de buurt.
20160222_171316-1website

Middle-up-down – de nieuwe buzz in gemeenteland

Deze publicatie verscheen eerder in het boek
Open Gemeenten – Sociale media-almanak voor gemeenten
(David Kok/Ewoud de Voogd)


Middle-up-down – de nieuwe buzz in gemeenteland
(Lex de Jong)

In september 2013 lanceerde de koning ‘zijn’ participatiemaatschappij – zijn werknemers (ambtenaren) moesten meer loslaten, zodat ‘zijn volk’ meer initiatief kon gaan nemen. Vanaf dat moment kreeg participatie een heel andere betekenis. In het pretroonrede tijdperk was dat het van onderaf zaken oppakken omdat je dat nuttig, leuk of noodzakelijk vond.

Na de uitspraken van onze koning werd het voor velen vertaald in “U moet doen wat wij niet meer voor u regelen”; veel meer van bovenaf opgelegd. Ook zag je dat de gemeente zich meer en meer op de achtergrond plaatste en vond dat ‘de burgers’ het zelf moesten doen. Niet realiserende dat zij de steun van de gemeente vaak nodig hebben.

We zijn nu op een punt aanbeland dat er bij wijze van spreken geen stoeptegel meer recht gelegd mag worden zonder dit eerst met de buurt te overleggen. Het is allemaal een beetje doorgeschoten.

Middle-up-down maatwerk leveren
Hoe kan de gemeente die gulden middenweg weer hervinden, want de initiatieven van onderop blijven gewoon de kop opsteken. Waarbij de ene zich prima redt zonder overheidsbemoeienis en een andere zonder de faciliterende overheid nooit tot een succes zal worden.

Als gemeente zul je maatwerk moeten leveren. Dit lukt alleen wanneer je weet wat er speelt onder bewoners en daarvoor moet je in de buurten aanwezig zijn.
Fysiek gebeurt dat in de meeste gemeenten al middels buurtcoördinatoren en gebiedsmakelaars.
In de praktijk zijn dit omgeschoolde ambtenaren. Interessant zou een intermediair zijn die een bredere doelgroep weet te bereiken en de behoefte van hen kan vertalen naar de gemeente toe, hoe deze hierbij kan ondersteunen. Met het oog op onafhankelijkheid en draagvlak zal het in de meeste gevallen beter zijn wanneer deze ‘Middle-up-down’ professional van buiten een gemeentelijke organisatie komt.

Los van het aanwezig zijn in de wijk hebben er online ook ontwikkelingen plaats gevonden waar gemeenten gebruik van kunnen / moeten maken. Monitoringstools zijn bijvoorbeeld een prima middel om te monitoren wat er in een bepaalde buurt speelt onder (een deel) van de bewoners.

Boloboost – Amsterdam Bos en Lommer
Voor een concrete casus gaan we naar de wijk Bos en Lommer in Amsterdam. In 2007 ‘bekroond’ tot de beste Vogelaarwijk van Nederland met alle bijkomende vooroordelen als prijs. In 2011 was daar ineens uit het niets het twitteraccount @boloboost. Het imago – mede veroorzaakt door als overheid een hele wijk in een hokje te duwen – kwam totaal niet overeen met het beeld dat de bewoners van Bos en Lommer (Bolo) van de wijk hadden.

Uit onvrede hierover namen de bewoners de ‘citybranding’ in eigen hand door consequent
positieve berichten over Bolo de wereld in te schieten via de online media. Deze community van betrokken bewoners is nu bijna 5 jaar later uitgegroeid tot een belangrijke stem van de wijk – een stem waar de gemeente meer gebruik van zou kunnen maken.

Communities als Boloboost kunnen voor een gemeente van grote waarde zijn wanneer het gaat over bereik, zichtbaarheid en vindbaarheid.

Niets is wat het ‘liked’
De afgelopen vijf jaar hebben onderzoeken veelvuldig aangetoond dat de succesfactoren van geslaagde communities goede (verhalende) content, conversatie en betrokkenheid zijn. Ondanks dat er nog altijd heel veel instanties zijn die het succes van sociale media afmeten aan het aantal volgers en/of likes. Het blijft sowieso lastig om netwerken, ontstaan vanuit een andere achtergrond en die zich (deels) op andere doelgroepen richten, met elkaar te vergelijken.

Het onderstaand overzicht geeft dan ook geen inzicht in het succes van de communities,
maar een indicatie van hoe twee netwerken zich tot elkaar verhouden binnen hetzelfde gebied.tabelTabel 8: gegevens platformen Stadsdeel Amsterdam West en BoloBoost (bron: Twitter en Facebook 21-07-2015)

De getallen geven in ieder geval aan dat Stadsdeel West van Amsterdam al meer dan vijf jaar (actief) aanwezig is op de sociale media en daarmee haar plek in dit boek zeker verdiend.

Met betrekking tot deze cijfers plaats ik wel een kanttekening. Boloboost wordt vaak gebruikt als voorbeeld van een geslaagde (bottom-up) buurtcommunity. Dit zal een van de redenen zijn waardoor circa 10% van de volgers van buiten Amsterdam afkomstig is. Het vermoeden is dat dit percentage bij de netwerken van het stadsdeel veel lager is, omdat deze vooral gevolgd worden door buurtbewoners als direct betrokkenen.

Daarnaast bestaan sinds 2014 officieel de stadsdelen niet meer in Amsterdam, maar op communicatief vlak zijn ze nog wel actief. Vandaar dat hier de vergelijking is gemaakt met de online netwerken van het (voormalige) stadsdeel omdat dit de kleinste eenheid is om Boloboost mee te kunnen vergelijken.

Meerwaarde samenwerken met een bottom-up initiatief
Een veel gehoorde wens van gemeenten is dat zij ook ‘zoiets als Boloboost’ zouden willen starten. Dat betekent dat je top-down een bottom-up initiatief zou willen starten. Het is belangrijker om op de juiste wijze gebruik te maken van al bestaande netwerken met betrokken bewoners. Dit betekent dat wanneer de gemeente gebruik maakt van deze netwerken zij zich hierop zal moeten aanpassen.

Informeel karakter
Behalve dat de getallen aangeven dat Boloboost een relatief groter bereik heeft, draagt ook de wijze waarop de boodschap gecommuniceerd wordt bij aan het succes van een community. Gemeenten zijn veelal gebonden aan formeel taalgebruik voor uitingen via de eigen kanalen, al zie je dat hierin ontwikkelingen gaande zijn. Er wordt gestuurd op luchtig en leesbaar taalgebruik binnen de grenzen van het formele.

Juist daarom zou de gemeente er goed aan doen meer gebruik te maken van andere netwerken. Hierop mag – of moet je zelfs – je taalgebruik en de toon van de boodschap aanpassen aan de doelgroep. Waardoor je een hele andere doelgroep bereikt.

Je ziet dat veel gemeenten hier open voor staan, maar dat ze het nog erg lastig communiceren vinden. Wat enerzijds vreemd is, omdat aan de balie en in de wijk ook van ze wordt verwacht zich aan te passen aan de bewoners met wie ze spreken.
Anderzijds is het ook niet raar dat ze dit een beetje eng vinden. Het is een nieuwe wijze van communicatie die past bij de nieuwe rol van de gemeente. Na jaren vooral geïnitieerd en gezonden te hebben is het nu de taak om veel meer te faciliteren en te converseren. Dit is vooral een kwestie van ‘durven door te doen’. Het is namelijk een enorm waardevolle toevoeging om deze online kanalen te gebruiken voor de gemeentelijke communicatie en dienstverlening.

Groter bereik
Als gemeente wil je je mededelingen bij een zo’n groot mogelijk publiek onder de aandacht brengen. Naast de eigen online en offline kanalen zou het logisch zijn wanneer je je berichten ook deelt van zoveel mogelijk andere relevante netwerken. Zoals de getallen laten zien bereik je hiermee een hele groep mensen die normaal gesproken niet of te laat wordt bereikt. Je moet je als gemeente wel iedere keer afvragen of de inhoud en toon van het bericht wel aansluit bij het desbetreffende netwerk.

Buurtactivatie
Door bestaande externe netwerken te gebruiken en daarmee andere buurtbewoners te bereiken kun je meer buurtbewoners activeren om iets te doen voor hun eigen buurt. Van oudsher kennen veel gemeenten bewonersplatforms, deze zijn vaak van het pre-online tijdperk en zouden ook gebruik kunnen maken van de nieuwe netwerken. Andersom kan de gemeente deze netwerken gebruiken om bewoners te wijzen op het bestaan van de platforms. Vaak gaan deze platforms over de ondersteuning en/of financiering van buurtinitiatieven. Zolang bewoners niet van het bestaan van de platforms afweten, weet men vaak ook niet dat er ondersteuning is voor een eigen initiatief.

Door de online media van gemeenten, platforms en buurtcommunities meer op elkaar
af te stemmen kan de representativiteit van de platforms ook worden verhoogd. Deze buurtactivatie zal bijdragen aan een grotere betrokkenheid van buurtbewoners bij hun buurt.

Coöperatieve gebiedsontwikkeling
Naast het gebruik maken van reeds bestaande netwerken om een eigen boodschap te
verspreiden is er nog een andere belangrijke reden om deze online communities te
omarmen. De online communities kunnen een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van een buurt. Een groot netwerk van betrokken bewoners is een omgeving om ideeën te toetsen. Wanneer een gemeente plannen voorlegt aan deze communities is er binnen 1 à 2 dagen een goed beeld van hoe de betreffende community over deze plannen denkt. Daarbij is het wel belangrijk om er altijd bewust van te zijn dat de community niet DE stem van de buurt is maar ‘slechts’ EEN stem.

Terug naar Bos en Lommer om aan de hand van enkele voorbeelden aan te geven in welke mate communities al een rol hebben gespeeld bij ontwikkelingen in de buurt.

Bos en Lommerplein
Het winkelcentrum en marktplein van Bos en Lommer kenmerkt zich door een eentonig aanbod van winkels en marktwaar. In aanloop naar de herstructurering van het plein is Boloboost door de gemeente benaderd mee te denken aan een nieuwe invulling. Hiertoe is de online community bevraagd, helaas is het traject van herstructurering nog nooit van de grond gekomen.

In het voorjaar van 2015 heeft Boloboost op eigen initiatief een oproep gedaan aan de community om ideeën in te brengen om het plein en de invulling daarvan aantrekkelijker te maken. Dit leverde een uitgebreide lijst van meer dan 70 reacties en suggesties op. Hierop heeft geen enkele partij van alle betrokken partijen gereageerd.

Enerzijds is het heel goed dat de betrokken partijen een beroep doen op andere netwerken, anderzijds is het dan teleurstellend en demotiverend dat er vervolgens niets
mee wordt gedaan. Dit is ook gelijk het gevaar. Wanneer je niet transparant ben over de ‘follow-up’ kan dit gevolgen hebben voor het draagvlak en de motivatie om mee te doen van betrokken bewoners en ondernemers.

Gebiedsbranding
De community Boloboost is een begrip in Bos en Lommer en is langzamerhand uitgegroeid tot een gevoel waar bewoners en ondernemers zich in herkennen. Bewoners
gebruiken #boloboost voor als ze iets leuks meemaken in de buurt en ondernemers komen met producten die hierop inhaken. De echt ‘bolo-er’ draagt een bolohoody en een
‘I ♥ Bolo’-tas gevuld met bijvoorbeeld bolobier, een bolobol (krentenbol) of een boloburger.

Van een twitteraccount in 2011 is ‘Boloboost’ en de term ‘bolo’ in enkele jaren uitgegroeid tot een merk met de bewoners als beste ambassadeurs. Ook de gemeente maakt hier gebruik van. De vraag is of de gemeente een vergelijkbare succesvolle marketingcampagne had kunnen organiseren met een budget van nul euro.

Rapsody in West
Op het Jan van Schaffelaarplantsoen in Bos en Lommer verrijst de komende jaren het
nieuwbouwcomplex ‘Rapsody in West’ met 250 energiezuinige woningen. In de beoordeling werd nadrukkelijk rekening gehouden met de inpassing van het plan in de
buurt. Wat is de bijdrage van het plan aan de buurt en voorziet het in een bestaande
behoefte. Om dit goed te kunnen beoordelen was het voor het eerst dat de gemeente
mij als actieve bewoners en kenner van de buurt als volwaardig lid heeft toegevoegd
aan de selectiecommissie.

Conclusie
Gemeenten moeten maatwerk leveren als het gaat om online bottum-up communities.
De meerwaarde van deze communities is in dit hoofdstuk aangegeven, evenals de bedreigingen. Er vindt interactie plaats, maar deze is vooral reactief op berichten van de gemeente en anderen. Er wordt niet actief opgeroepen om input te leveren.

Gemeenten moeten zorgen voor iemand in de wijk die daar voelsprieten heeft en een
linkin-pin kan zijn tussen gemeente en de community. Deze centrale persoon moet
continu zoeken naar verbindingen in de buurt.


Over Lex
_DSC6223Lex de Jong is initiatiefnemer van de online en offline community Boloboost. In 5 jaar tijd is Boloboost uitgegroeid tot een van de belangrijkste buurtblogs van Amsterdam en een voorbeeld voor vele communities in Nederland. In 2013 werd Boloboost genomineerd voor de Welcom Amsterdam Communicatie Award. Pakhuis de Zwijger – het platform dat de stad in transitie belicht – heeft de Jong uitgeroepen tot één van de Stadmakers van Amsterdam.

Lex heeft zich ontwikkeld van actieve buurtbewoner naar professional op het gebied van buurtcommunicatie en is sinds 2014 eigenaar van het communicatiebureau UrbanBoost dat zich richt op coöperatieve gebiedsontwikkeling en community building.

Twitter: @Lxdejong
Website: http://urbanboost.nl

Ik ben een communicerend borrelaar!

Donderdag 11 juni mocht ik in Pakhuis de Zwijger plaatsnemen in een panel bij de   discussie ‘Gebiedsontwikkeling – Communicatiebureaus overbodig?’

Deze sessie was georganiseerd ter gelegenheid van het tien jarig bestaan van het communicatiebureau ‘De Wijde Blik’ – gespecialiseerd in het communiceren rondom gebiedsontwikkelingstrajecten.
11407199_998274153519033_2511006741939619605_n
In het verlengde van de stellige stelling lag de vraag of bottom-up initiatieven inmiddels niet de rol van deze communicatiebureaus hebben overgenomen.

Bottom-up initiatieven die binnen de branche – zo werd mij duidelijk hier voor het eerst duidelijke – ‘de borrelaars’ worden genoemd. Ik zou die scheiding niet meteen zo gelegd hebben, maar aan de andere kant voelt het ook wel goed. Enerzijds klinkt het met deze titel alsof de traditionele bureaus deze initiatiefnemers van onderaf nog niet heel serieus nemen, anderzijds wanneer men een groep een naam geeft zijn ze blijkbaar aanwezig en op sommige terreinen al een bedreiging. We doen dan toch iets goed, in ieder geval iets wat de traditionele bureaus graag willen maar niet kunnen of niet bij ze past.
Borrelen betekent immers ook bruisen, je creatief uit mogen leven, de doeners met de vernieuwende communicatiemethode. Zonder rekening te moeten houden met (aangeleerde) traditionele vormen van communicatie, methodieken en binnen de branche geldende ‘wetten en regels’.

Dit wetende moest ik wel even gaan verzitten en de juiste positie op de barkruk achter de tafel zien te vinden.
Ik was benaderd om deel te nemen aan de discussie vanuit mijn rol al initiatiefnemer van Boloboost. Een community die ik destijds als betrokken bewoner van Bos en Lommer ben gestart zonder nagedacht te hebben over welke vorm van communicatiestrategie dan ook – een echte borrelaar dus.
Het succes van Boloboost heeft er wel toegeleid dat wij met onze manier van werken wel hebben bijgedragen aan de positieve ontwikkeling van Bos en Lommer

Onder de naam UrbanBoost ben ik nu – in het verlengde van boloboost – voor mezelf begonnen op het gebied van community building en coöperatieve gebiedsontwikkeling – het onderwerp van deze avond.
Ik zit nu op mijn kantoor met mijn laptop aan mijn communicatiebureautje plannen zit te maken. Maakt mij dat nu een borrelend communicatieadviseur of een communicerend borrelaar?

Initiatieven van onderaf starten meestal vanuit het idee de stad met een project mooier te willen maken. Wanneer je nog nooit eerder een zo’n initiatief bent gestart probeer je natuurlijk van alles uit om je idee onder de aandacht van een breed publiek te brengen. Dat is een kwestie van vallen en opstaan, maar hierdoor ontwikkelt de borrelaar zich wel tot de communicatieprofessional van nu die precies weet hoe je via eigentijdse wijze doelgroepen bereikt, wat wel en ook wat niet werkt, wanneer welke post geplaatst moet worden en wanneer juist niet voor het grootste bereik. Zeker het communiceren met bottom-up communities vergt een hele andere benadering dan de top-down wijze. Dit was ook een van de redenen dat we met Boloboost in 2013 een eervolle vermelding in ontvangst mochten nemen tijdens de uitreiking van de Welcom Amsterdamse Communicatieaward.

Ik merk dat deze kennis veelal nog onvoldoende aanwezig is binnen de traditioneel bureau’s – dat is namelijk niet iets wat tijdens opleiding voldoende aan bod komt, bovendien stond tien jaar geleden de social media nog in de kinderschoenen.
Overigens bleek tijdens de sessie dat ook bij de traditionele bureaus veel mensen te werken die – net als ik – ook geen achtergrond in de communicatie hebben.
Dus daarin verschillen wij niet, alleen denk ik dat wij meer communiceren vanuit ‘het gevoel’ en communicatiebureaus van oorsprong veelal vanuit ‘het doel’. Theorie, modellen, techniek en strategie die hieraan ten grondslag zijn bij ons onbekend en wij hebben deze ook niet nodig – denken de borrelaars.

Een ander belangrijk verschil is dat er bij ons geen onderscheid is tussen opdrachtgever en uitvoerend bureau waardoor wij veel vrijer kunnen handelen en sneller kunnen schakelen. Mooi voorbeeld van zo’n project is de zojuist geopende buiten-expo ‘I ♥ Erasmuspark’ dat we van onderaf in 2 maanden hebben geïnitieerd, geproduceerd, uitgevoerd en gepromoot.
DSC03814
Zijn de traditionele bureaus echt overbodig? Ik denk dat dat (nog) niet het geval is. Wel moeten ze misschien hun werkwijze meer en vaker afstemmen op bewegingen in de samenleving en gebruik maken van de bestaande netwerken in de gebieden waar ze zich op focussen.
Deze netwerken beschikken over waardevolle kennis met betrekking tot het gebied, kennen de bewoners, gebruikers en de historie van de omgeving en kunnen snel de wensen ophalen en meningen peilen van de community.

Concluderend zou ik willen zeggen dat de communicatiebureaus niet overbodig zijn, maar wel dat het misschien wel goed zou zijn wanneer ze meer gaan borrelen in een bruisende omgeving. U bent van harte uitgenodigd, de beste ideeën ontstaan immers nog altijd in de kroeg.

Stadsmaker UIT Chongqing

Na een prachtige periode in Chongqing, Beijing en Xi’an is het Chinese avontuur van deze stadsmaker eind januari weer tot een eind gekomen. Een overweldigende ervaring en een kennismaking met een land, cultuur en bevolking die alle verwachtingen overtroffen.
DSC0091220141230_153021
_DSC3063 20141210_110301De afgelopen weken gebruikt om ‘te landen’ – hoewel China ook best druk is, maakt men zich er toch (ogenschijnlijk) minder druk dan hier. Het gehaast en gestress zit toch minder in de Chinese cultuur, wat dat betreft zou ik wel een Chinees kunnen zijn.

Tot ruim een jaar geleden had ik – net als velen – nog nooit gehoord van Chonging en was China zeker niet het eerste land op mijn bucketlist. Sterker nog daar stond het niet eens op. Toch heeft het land mij gegrepen, zeker Chongqing is een stad waar zoveel gaande is. Het ontwikkelt zich in razend tempo, op weg om de vierde stad van China te worden met ruim 10 miljoen inwoners.
DSC00580 20141221_151426DSC00544 20141221_145546Wanneer je het over ‘Steden in Transitie’ hebt, dan is er – zover ik weet –  op dit moment geen andere stad waar deze ingrijpende omslag zo zichtbaar is als in Chongqing. Overal waar je kijkt zie je bouwkranen, lightrails die eindigen in niemandsland met het oog op de toekomstige groei, het verkeer dat zich geen raad weet met het snel groeiende aantal auto’s.
_DSC3159 20141210_123621DSC0042620141220_163427 Ook de stad zelf die enerzijds – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Beijing – nog echt Chinees is. De Chinees leeft, handelt, speelt, eet en danst hier nog altijd op straat. Aan de andere kant rukken de wolkenkrabbers van twee kanten op. Aan de randen van de stad wordt het ene na het andere appartementencomplex uit de grond gestampt en in het centrum velt de sloopkogel in hoog tempo de oude wijken om op die plek de zoveelste shoppingmall te droppen.

Kortom heel veel inspiratie om de opgedane ervaringen en het verzamelde beeldmateriaal te gebruiken voor nog meer mooie en verrassende verhalen over de Chinezen, de cultuur en de stedelijke ontwikkeling in China en Chongqing in het bijzonder.
_DSC3041 20141210_105653_DSC3006 20141210_103548
Tot slot wil ik alle sponsors van de crowdfunding ‘Stadsmaker in Chongqing’ danken voor het mede mogelijk maken van dit geweldige avontuur. 

Van Urban Gardening tot Rollende Keukens

URBAN GARDENING
Waar het in de vorige eeuw heel gewoon was dat je achter je huis een moestuintje had en misschien nog wat kippen noemen de stadsmensen van nu dat Urban Gardening of zelfs Urban Farming wanneer men op diezelfde postzegel ook nog een aantal stuks pluimvee wordt geplant. Er zijn zelfs mensen die kippen houden op driehoog achter – het individu dat in zijn eigen ‘legbatterijkooi’ van ca. 30m2 ook nog iedere ochtend een vers eitje van het balkon wil plukken. Je kunt in je enthousiasme naar ‘verantwoorde’ voeding ook doorslaan natuurlijk.

Het basisidee achter al dit ‘stadsboeren’ is dat alles lokaal wordt geproduceerd, gedistribueerd en geconsumeerd. Naar mijn idee zou je eigenlijk het gehele Westland als dé moestuin van Nederland moeten bestempelen, aangevuld met nog wat verticale landbouw in de leegstaande kantoren van Rijswijk en Den Haag.
We moeten er dan natuurlijk wel voor zorgen dat al deze Nederlandse kwaliteitsproducten binnen de landsgrenzen blijven en wij ‘onze’ lokale producten koesteren. Nu produceren we in Nederland veelal voor het buitenland en het buitenland voor ons. Wil het ‘stadsboeren nieuwe stijl’ echt een succes worden is er dus nog een lange weg te gaan.

Tot die tijd moeten we de telende burger maar wat meer ruimte bieden en deze in de gelegenheid stellen een eigen postzegeltuintje te onderhouden. De vraag rijst dan of er in en rond de steden wel voldoende ruimte is om al deze ‘stadsboeren’ zelfvoorzienend te laten zijn?
@@DSC01621   @@DSC01619 @DSC00419  @20141220_162125Wel wanneer je het doet zoals hier in China waar bijna elk stukje grond dat (nog) niet is bebouwd wordt gebruikt voor het telen van groente en fruit. Reizend door het land zou je bijna denken dat iedere Chinees wel over een moestuintje beschikt. Of het nu om braakliggende terreinen gaat, beddingen van rivieren of tegen steile berghellingen, overal zie je tuintjes. Vaak gaan deze over van generatie op generatie. Enerzijds om in hun eigen levensbehoefte te voorzien, anderzijds zie je ook op iedere hoek van de straat Chinezen hun oogst aanbieden.

DE ROLLENDE KEUKENS
Het is niet alleen de oogst die aangeboden wordt op de straathoek, ook zie je her en der vlees hangen en natuurlijk heel veel soorten pepers – in Chongqing houdt men van pittig en dan is één lullig pepertje echt niet genoeg.
@DSC00376  @20141129_130352
Omdat er zoveel ingrediënten binnen handbereik zijn zie je rond het avonduur een veelvoud aan eetkarretjes in het straatbeeld verschijnen die hun keukentjes opstoken en de terrasjes uitklappen.
Daar waar de Nederlandse ‘Xiaozi’ (hipster) zich vijf dagen verdringt op een lapje grond bij het Westergasterrein om buiten te kunnen eten, rollen de keukens met een verscheidenheid aan gerechten hier iedere dag de straat op.

Van stokjes octopus tot boven een houtskool vuurtje dansende kippetjes. De bakjes ‘mifan’ met gewokte groenten en vlees of de ‘jianbing’ – een op een plaat gebakken ‘pannenkoek’ met ei, pittige pasta, koriander en lente-ui. Wanneer je meer trek hebt in een gestoomde varkensneus of een portie eendennekjes om af te kluiven is dat ook geen enkel probleem. Wil je in plaats van een noodle-soepje liever een paar gegratineerde oesters naar binnen slurpen dan staan daar de oestermeisjes voor je klaar.
@20141226_191305(0) @20141226_191212@DSC00697 @20141208_132741      Kortom je raakt hier niet uitgegeten en uitgekeken. Eenvoudige gerechten, puur van smaak en altijd vers. Iets wat ik nu al mis wanneer ik denk aan het moment weer in Amsterdam te zijn. ‘De chinees’ zal nooit meer Chinees zijn – de tomatensaus en atjar is in ieder geval niet iets dat afkomstig is uit Chongqing. Ik weet nu al dat ik vaker een bezoek zal brengen aan het Amsterdamse ‘Chinatown’ om te eten maar ook voor de ingrediënten van een echt Chinees maal. Weet bijvoorbeeld iemand een goed adres voor de ‘lianou’ (Lotuswortel)?

The man with three kidneys – trueLIFE story (Part II)

In het vorige blog (Part I) vertelde ik al over mijn gastcollege aan studenten van MIADA en dat mijn persoonlijke verhaal enorme indruk maakte in beide klassen.

Behalve dat ik orgaandonatie een gezicht wilde geven was een tweede doel ook voorlichting en bewustwording, maar ik wilde zelf ook wel meer weten van de situatie hier. Waarom is China bijvoorbeeld het land met relatief het laagste aantal donorgeregistreerden van de wereld – slechts 0.6 donoren per 1 miljoen inwoners.

confucius-1

Confucius stond ook centraal in één van de schetsvoorstellen met betrekking tot het ontwerpen van een campagne voor meer orgaandonoren door de studenten van MIADA.

Een van de oorzaken is dat veel Chinezen het Confucianisme aanhangen – de leer van Confucius. Volgens deze filosofie dien je – uit respect voor je ouders– je lichaam na je dood als één geheel intact te houden net zoals dat je het hebt gekregen.

Echter binnen dezelfde filosofie zou je het doneren van een orgaan ook kunnen zien als een ultieme daad van medeleven wat past binnen het confuciaanse basisconcept ‘Jen’ (menselijkheid, liefdadigheid en vriendelijkheid).

De vraag voor de toekomst is of ‘Jen’ zwaarder mag wegen dan iets fysieks als het behouden van een lichaam. Indien die focus verlegd zou kunnen worden zou dat een enorm potentieel aan donororganen op kunnen leveren.

Een andere oorzaak waardoor orgaandonatie niet leeft ligt in het feit dat een transplantatie enkel weggelegd is voor de ‘happy few’. Dit werd mede duidelijk naar aanleiding van de – eerste – vraag die mij in beide klassen gesteld werd. DSC00780
Toen ik ”niets” antwoordde op hun vraag wat ik voor mijn transplantatie had betaald vielen ze bijna één voor één van hun stoel. Nadat ik had uitgelegd dat iedere Nederlander maandelijks ‘spaart’ voor het geval hij medische zorg nodig heeft en het dus iets anders werkt dan in China krabbelden ze langzaam weer op.

Wanneer je dan hoort dat een transplantatie in China ongeveer 300.000 Y kost en je vervolgens bedenkt een gemiddelde maaltijd ongeveer 12 Y (EUR 1.50) dan kun je je voorstellen dat een transplantatie maar voor weinigen is weggelegd. Niet zo vreemd dus ook dat de studenten nog nooit een getransplanteerde in het wild hadden gezien.

Ook de wachtlijst is – mede hierdoor – relatief kort. Het feit dat 300.000 patiënten wachten op een orgaan klinkt veel, maar op een bevolking van meer dan één miljard is dat relatief gezien heel weinig. Echter worden er jaarlijks slechts 10.000 transplantaties uitgevoerd, waarmee niet gezegd is dat je zomaar aan de beurt bent. Helemaal in een systeem waar geld en corruptie ook nog een belangrijke rol speelt bij het toewijzen van zorg – zo begreep ik uit de vragen en opmerkingen van de studenten.
Ongeveer 65% van alle organen in China blijkt nu nog afkomstig van gevangenen, waarvan weer 90% van geëxecuteerde gevangen. Een item in dezelfde week op CCTV News – de Chinese nieuwszender – waarin China aankondigde vanaf 1 januari 2015 geen organen van (geëxecuteerde) gevangenen meer in te zetten voor transplantatie wierp weer een ander licht op de zaak.
@DSC00240
Ik was wel benieuwd wat de studenten van dit besluit vonden. Vanuit ons westerse oogpunt – waarbij de doodstraf al verwerpelijk is – is dit natuurlijk niet meer dan een menselijk besluit. Anderzijds als de Chinezen zo afhankelijk zijn van de gevangenen voor donororganen zal dit besluit een flinke afname van het aanbod betekenen.

De meningen van de studenten waren niet echt uitgesproken – maar dat geldt voor vrijwel alle meningen (in het openbaar).

Een interessante opvatting uit de groep was dat wanneer je als gevangene wordt geëxecuteerd je wel iets heel ergs moet hebben gedaan. Door als gevangene je organen beschikbaar te stellen kun je op die manier iets terugdoen voor de gemeenschap die je op een of andere manier schade hebt toegebracht.

Afsluitend. Een enerverende les voor de studenten, maar ook zeker voor mijzelf. Er is op het gebied van voorlichting en bewustwording nog heel veel te doen.
Maar ik ben optimistisch, want als ze ergens in de wereld weten wat recyclen is dan is dat wel China.

The man with three kidneys – a trueLIFE story (Part I)

In de maanden voorafgaand aan zo’n lang verblijf hier in China zet je al je ideeën en onderwerpen op een rijtje om je verder in te verdiepen en/of over te bloggen wanneer je hier eenmaal bent. Gelijktijdig weet je ook wel dat wanneer je naar China gaat alles anders zal verlopen op het moment dat je de aankomsthal van Chongqing Jiangbei International Airport uitloopt. Plannen zijn leuk, maar zoals het gaat in een vreemd land waar je voor langere tijd verblijft je moet het allemaal maar gewoon over je heen laten komen. De ene keer is het een warme deken en de andere keer een oude douche – of kermis zoals je wil. “It’s all part of the Chongqing experience” – dat wat gebeurt is veelal niet gepland en dat wat is gepland gebeurt meestal niet volgens planning.
DSC00229_2Dat je gevraagd wordt om aan studenten van MIADA (Modern International Arts and Design Academy) in Chonging gastcolleges te geven over orgaandonatie is ook zoiets dat op je pad komt en je natuurlijk met beide handen aanpakt.
Een ervaring die je om meerdere redenen niet wil missen.

Op de eerste plaats wil je – zeker hier – graag een bijdrage leveren om kennis rondom dit onderwerp te vergroten en te verspreiden. Orgaandonatie leeft in China nauwelijks en heeft wereldwijd relatief het laagste aantal donorgeregistreerden. Dit heeft meerdere redenen waarover later meer. De kans dat een Chinees (ooit) een getransplanteerde ontmoet is daardoor ook klein. Door mijzelf te presenteren stel ik de studenten in gelegenheid om in real-life een heuse getransplanteerde aan te kunnen raken en vragen te kunnen stellen.

Nog een belangrijke reden om te praten over orgaandonatie had te maken met de aankondiging van China – dezelfde week – om per 1 januari 2015 geen organen van (geëxecuteerde) gevangenen meer te gebruiken voor transplantatie.

Tot slot wilde ik zelf ook wel eens meemaken hoe het is om te werken met een vertaalster. DSC00779_2Letterlijk ieder zinnetje moet vertaald worden van Engels naar Chinees of andersom in het geval van vragen. Hierdoor duurt je verhaal wel twee keer zo lang, maar levert ook wel grappige momenten op.
Wanneer een student een vraag stelt die nog vertaald moet worden en de klas in een deuk ligt, ben je toch benieuwd wat er komen gaat en of de vertaling ook zo grappig is.

Directe aanleiding tot de vraag om gastcolleges te geven komt van Barbara Asselbergs – mijn vriendin – die gastdocent is aan MIADA. Een van de opdrachten die zij haar studenten heeft gegeven is het ontwikkelen van een campagne rondom ‘safe sex’ of ‘organ donation’. Voor China beide gewaagde onderwerpen waar de studenten ook duidelijk mee worstelden. Met zo’n levend voorbeeld van een getransplanteerde binnen handbereik is het natuurlijk logisch om die te vragen zijn verhaal te doen voor de studenten.
Anderzijds kon ik tijdens dezelfde colleges reflecteren op hun campagnes voor orgaandonatie en ze daarmee weer een stapje verder brengen in het ontwerpproces.
DSC00225_2Onder de titel “The man with three kidneys – a trueLIFE story” begon ik natuurlijk met mijn persoonlijke verhaal. Van het normale leven dat ik leidde tot mijn 34e. Hoe ik vervolgens accuut aan de dialyse gekluisterd zat. Afsluitend met de afgelopen vijf jaar waarin ik – dankzij mijn nieuwe nier – het ‘gewone’ leven weer heb kunnen oppakken.
En dat ik zonder die donor ook niet hier in Chongqing voor de klas had kunnen staan om de studenten mijn verhaal te kunnen.

Door orgaantransplantatie een gezicht te geven en duidelijk te maken dat het iedereen kan overkomen hoop je dat dat bijdraagt aan de bewustwording rondom orgaandonatie. Tijdens mijn verhaal hingen de studenten in ieder geval geluidloos aan mijn lippen – af en toe met een lichte kreet van verbazing.
Althans dat denk ik, want na een maand is mijn Chinees nog niet dusdanig dat ik alles al kan verstaan.

Xi’an – van Terra cotta naar beton

Na twee weken Chongqing werd het tijd om meer van China te gaan zien. De keus viel op Xi’an omdat dat met 1.5 uur vliegen ‘vlakbij’ is en er veel goede geluiden over deze oude stad rond gaan. Het Muslim Qarter met de Great Mosque, The City Wall, Big Wild Goose Pagode, Shaanxi Historic Museum, The Drum Tower en natuurlijk het Terra Cotta leger, we hebben het allemaal zoals het een goede toerist betaamd allemaal bezocht. En inderdaad het moet gezegd,  Xi’an is een prachtige historische stad, maar voor hoe lang nog?
20141208_115117_DSC286120141208_162306
Chongqing wordt wel de stad van de kraanvogels genoemd – niet omdat Chongqing het ideale broedgebied voor deze gevederde vriend is, maar vanwege het grote aantal bouwkranen dat er in dit gebied staan opgesteld.

Mij is verteld dat ruim 1/3 van alle bouwkranen wereldwijd in China staan en dat daarvan de meesten zich hier in Chongging hebben genesteld.
Maar Shaanxi – waarbinnen Xi’an valt – doet verhoudingsgewijs waarschijnlijk niet onder aan Chongqing wanneer je daar dichtheid aan bouwkranen per vierkante meter uit zou rekenen.

Aanvliegend op Xi’an lijkt het of je in een nieuw level van SimCity bent beland. Voor wie SimCity niet kent, dit is simulatiespel waarbij je – samen met anderen – online je eigen stad ontwerpt en bouwt.
Ver voor Xi’an zie je verspreid over het speelveld al ‘plukjes’ wolkenkrabbers, fabrieksterreinen, industriegebieden en energiecentrales oppoppen. Vanuit de lucht is ook het strakke lijnenspel van (tol)wegen, lightrails en spoorlijnen al goed zichtbaar.
Dit wijdvertakt transportnetwerk is nodig om straks al die miljoenen mensen en goederen dagelijks efficiënt met al die locaties te verbinden. In tegenstelling tot Nederland zie je dat de infrastructuur er vaak al grotendeels ligt, ver voordat de eerste kraanvogels neer zullen strijken om hun eerste stenen te leggen.
blog_DSC3220 blog_DSC3219blog_DSC3221blog_DSC3218Eenmaal geland brengt een airport-shuttle van het vliegveld naar het oude centrum van Xi’an – het is alsof je vijftig minuten met een Google-glass door je eigen SimCity spel heen rijdt. Links en rechts alleen maar wolkenkrabbers in aanbouw of gebouwen die wachten op de sloopkogel. Deze te slopen panden zijn naar onze begrippen overigens ook nog van een redelijk formaat, maar in het nieuwe China tel je als gebouw pas een beetje mee wanneer je minimaal 25 bouwlagen groot bent en nog 10 van zulke ‘vriendjes’ om je heen hebt staan.
_DSC3166 _DSC3182 _DSC3196
Lopend over de oude stadsmuur van Xi’an heb je het beste zicht op het oude en nieuwe Xi’an.
Binnen de muren de oude stad die langzaamaan ook opgeofferd dreigt te worden aan de kantoorkolossen en shoppingmalls – inclusief bijbehorende westers invloeden als de bekende fastfood ketens en koffietentjes.
Het feit dat je voor de koffie in zo’n zaak meer ‘bucks’ op de balie moet neerleggen dan voor een portie verse noodles twee straatjes verder doet je wel afvragen voor welke Chinees deze koffie betaalbaar is en wetende dat de Chinees (nog) geen echte koffiecultuur kent. Gezien de voorkeur voor zoet is het ook de vraag of die er ooit zal komen voor het bittere zwarte goud. Zolang de ‘Vanilla Latte’ en ‘Caramel Macchiato’ nog favoriet zijn bij de hippe koffieclubs en er vooral voorgezoete oploskoffie wordt verkocht is er op dit gebied nog een lange weg te gaan voor de Chinees aan de espresso is.
_DSC3203 20141210_105653
20141210_105220

Buiten de muren zie je zo ver je oog rijkt een woud van woonkolossen – reeds in bezit genomen door de Chinees van buiten of nog tijdelijk bewoond door één of meerdere kraanvogels. Tussen de muur en de woonkolossen kun je soms nog een stukje oude stad waarnemen, veelal aan de rand van een spoorlijn of autoweg, daar waar de nieuwe Chinees niet wil wonen.

Het is overigens fascinerend om te zien dat het straatbeeld zich nog weinig aan lijkt te trekken van al die vernieuwing. Of je nu in het oude centrum bent of aan de randen van de stad, het sociale leven van de Chinees speelt zich af op straat, dat is waar hij/zij eet, sport, kaart en bij kletst. Althans zo lijkt het, maar misschien zijn de bewoners van de wolkenkrabbers wel de Vinex-bewoners van China en zien zij de straat ook met name als iets om je over te verplaatsen van bed naar werk en visa versa.

Het levert in ieder geval mooie beelden op, beelden waarvan je hoopt dat ze over tien jaar ook nog te vinden zijn. Dat er naast alle betonnen ‘pilaren ook nog ruimte overblijft voor het traditionele terra cotta.
20141208_132741_DSC300720141210_124855

Meer beelden over de trip naar Xi’an

Verse Kippesoep *)

Het mooie aan Chongqing is dat deze stad nog midden in de transitie zit, dat merk je dus ook aan de restaurants – een hele enkele keer hebben ze een menukaart met plaatjes maar in negen van de tien gevallen moet je gewoon met handen en voeten uitleggen wat je wilt bestellen. Hier en daar geholpen door ‘vriend’ Pleco – de vertaalapp.

IMG-20141205-WA0000Trek in lunch liepen we een – zo op het oog – pas opgeknapt restaurantje aan …. in …. binnen en stelden we ons menu op de hierboven beschreven wijze samen. ‘Vegetables’ door de zojuist gekochte paksoi uit je boodschappentas te laten zien en vervolgens iets met ‘fiesh’, ‘poork’ en ‘chieken’.
Na 10 minuten ‘hints’ heb je dan uiteindelijk alsnog een verrassingsmenu – voor in dit geval – 3 personen besteld.

Vrijwel direct kwam de eigenaar druk gebarend aan tafel. Dit bleek een uitnodiging om mee te lopen naar een bak met vissen links achterin de zaak – of we daar even eentje uit wilden zoeken. Omdat we een redelijk uitgebreid menu hadden besteld, kozen we een klein exemplaar uit waarna we weer naar onze tafel wilden gaan – dat bleek niet de bedoeling.

Er ging een deur open met een kast vol met haantjes – welke ‘chieken’ we wensten. We moesten even bijkomen van deze verrassende wending en lieten de eigenaar zelf zijn favoriet kiezen.

IMG-20141205-WA0001Terug op onze plek zagen we hoe de koks werden ingevlogen – wij Nederlanders waren natuurlijk binnen gehobbeld op het moment dat het personeel normaal gesproken een dutje doet of achter in de zaak hun inkomsten aanvullen met een potje Mahjong.
Eerst kwam kok ‘vis’ binnen kort daarop gevolgd door ‘kip’ die zijn winterjas verruilde voor een witte koksbuis met roze damesschort en resoluut naar ‘het kippenhok’ liep – om 10 seconden later samen met een druk klapwiekend haantje uit de kast te komen.
In de luttele seconden tussen kast en keuken kon het haantje nog net even een blik werpen op ‘de daders’ die even verderop in het restaurant aan een tafeltje op hem zaten te wachten.

Een kwartiertje later liep de serveerster niets verhullend in onze richting om een foto te maken van die vreemde blanke wezens. Het resultaat ging achterin de zaak meteen de groep rond. Net als wij vinden zij het ook spannend en interessant om andere culturen ontmoeten. Dat je veelvuldig wordt aangestaard en gefotografeerd ben ik inmiddels wel gewend.

20141204_145850[1]Kort daarop werden de eerste gerechten geserveerd, inmiddels weten we dat daar geen einde aan lijkt te komen. Na de aardappel, groente, rijst en enkele goedgevulde schalen met vleesgerechten – kip, varken en vis dachten wij – stond de tafel overvol. Zo hadden we in plaats van de uitgekozen vis er allemaal één van die grootte gekregen.

Omdat alles hier vrij ‘spicy’ wordt gekruid – to put it mildly – en aan de structuur van de vleesreepjes niet altijd eenvoudig te zien/proeven is van welk dier het afkomstig is kan het zijn dat hetgeen je voor kip aanziet toch ‘pork’ was.
Die vergissing werd ons duidelijk toen we voor ons gevoel bijna uitgegeten waren en er tot onze stomme verbazing een enorme schaal uit de keuken werd aangevoerd.
De kippensoep! In dit geval de haantjessoep die we allemaal van de verhalen kennen en waar ik voor vertrek dus al voor was gewaarschuwd.
En het is allemaal waar – de bouillon is heerlijk en het vlees ook. Alleen het is toch even wennen wanneer je met je stokjes een hanenkam, snavel of klautje uit de soep vist. Stuk voor stuk delicatessen in de Chinese eetcultuur, maar het personeel stond dit tafereel licht geamuseerd van een afstandje te aanschouwen.
IMG-20141205-WA0005  IMG-20141204-WA0007  IMG-20141204-WA0006
Hoewel je het niet verser kunt krijgen dan zo, blijf het toch een raar idee en enigszins hypocriet om alleen het filetlapje of de gehaktbal te willen eten zonder dat je het ook nog maar op enige wijze kunt herleiden naar zijn oorspronkelijke vorm.
Maar een soep met een gehele soepkip – van kop tot teen is weer het ander uiterste.

*) Wat het ‘Groene Boekje’ ook mag beweren – hier is duidelijk de soep van één kip dus zonder tussen ‘n’